Friday, February 28, 2014

Waarom historie er toe doet



Onderstaande heb ik een tijd terug eens geschreven en is verschenen op de website van de SP Oirschot en op een paar pagina’s op Facebook.


Waarom historie er toe doet
Ik woon alweer zo’n zeven maanden in Azie. Om meer precies te zijn in Laos. Ik heb me hier de laatste tijd vooral beziggehouden met het geven van Engelse les en als ‘regelaar’ voor een project met veel buitenlandse vrijwilligers. Uiteraard ben ik onze gemeente niet vergeten in de afgelopen periode. Ik heb zeer regelmatig contact met het thuisfront en spreek dus nog vaak mensen uit Oirschot. De politiek in Nederland en de gemeente Oirschot volg ik ook nog dus.

De situatie in Nederland lijkt voor steeds meer mensen erg lasting te worden en de groep werklozen en werkende armen neemt gestaag toe. Mensen met een minimuminkomen hebben nu net zoveel of zelfs wat minder koopkracht dan in 1980, terwijl de financiele welvaart in de afgelopen 33 jaar toch echt toegenomen is. Zo’n 15 tot 20 procent van de Nederlandse bevolking is om in de woorden van oud PvdA-lid Marcel van Dam te spreken ‘onrendabel’. Door politieke besluiten van de huidige VVD-PvdA regering en extra bezuinigingen (tegen adviezen van vooraanstaande economen in) vallen wederom harde klappen en worden ook vele van onze ouderen meegetrokken in een crisis waaraan zij weinig schuld hebben. Dat ouderen de dupe worden is overigens niet nieuw maar lijkt wel een steeds groter probleem te worden. Zo herinner ik me nog dat een van mijn oma’s destijds (ergens in de jaren ’90) eigenlijk ook niet altijd rond kon komen en bijvoorbeeld een nieuwe japon ook niet zelf kon betalen. Door de hulp van zonen, dochters, schoondochters etc. werd dat gelukkig wel altijd goed opgevangen. Rijk waren ons opa en oma nooit geweest. Ze waren opgegroeid in armoede en voor mijn ooms en tantes was dat niet anders. Tien kinderen (de Rooms-Katholieke doctrine zat er toen nog goed in) en vies, slecht en onderbetaald werk van ons opa bij de leerlooierij (in het pand waar nu de Action zit, aan het Standaardplein in Oirschot) droegen ook niet bij aan een de kans om een beetje een buffer op te bouwen voor de oude dag. Ons oma was en is overigens geen uitzondering. Zo zijn er in Oirschot, Beers en Spoordonk nog honderden mensen.

Gelukkig werd er na 1945 in Nederland door dezelfde generatie hard gewerkt aan de wederopbouw van het land en werd de verzorgingsstaat opgebouwd. Solidariteit was nog heel gewoon en buren, buurtgenoten, vrienden etc. hielpen elkaar (daarmee niet zeggende dat dat tegenwoordig helemaal niet meer gebeurd). Ondanks zeer geringe steun vanuit onze regio (wat destijds een echt KVP bolwerk was, een van de voorlopers van het CDA) vocht o.a. de toen recent van naam veranderde PvdA (voorheen SDAP) voor de opbouw van sociale vangnetten en betere arbeidsomstandigheden. Aangezien hun strijd gevolgen had voor het gehele land profiteerden hiervan ook de mensen in de Katholieke bolwerken zoals Zuidoost Brabant. De arbeiders in Oirschot en omgeving profiteerden dus evenzeer van de strijd van de partijen waarop men zelf in meerderheid niet op stemde. Overigens deden de Communistische Partij Nederland (CPN), die na 1945 in sommige delen van het land een grote partij partij geworden was, mede vanwege de getoonde moed van veel van haar leden in de oorlogsjaren, en de vakbonden ook hun best en absoluut ook hun duit in het zakje.

De AOW, de achturige werkdag, de WAO, de Bijstand en nog meer van deze voorzieningen werden mede door de strijd en druk van socialisten en communisten ingevoerd. Eerder al had Nederland onder druk van de SDAP een stap gezet in de richting van een echte democratie door de invoering van het algemene kiesrecht in 1917 (voorheen mochten alleen mannen die een bepaald bedrag aan belasting betaalden een stem uitbrengen) en het kiesrecht voor vrouwen in 1919. Onze ouderen hadden dus iets om op terug te vallen en Nederland leek steeds humaner en beschaafder te worden.

De roerige jaren ’60 en ’70 leken aan de Kempen (aan beide zijden van de grens overigens) grotendeels voorbij te gaan. Indirect hadden de maatschappelijke veranderingen overigens zeer zeker gevolgen. De afbrokkelende almacht (en de beklemmende sfeer die dat voor sommige voorheen meebracht) van de Rooms-Katholieke Kerk was daarvan in onze streek misschien wel de meest in het oog springende.

Begin jaren ’80 van de vorige eeuw veranderde er echter ook het een en ander in de wereld wat achteraf gezien enorme gevolgen leek te hebben voor het heden (ik ben geboren in 1982, maar dat was het niet). We hadden in die tijd ook te maken met een economische crisis. Tegelijkertijd kwam in de Verenigde Staten van Amerika een man aan de macht met de naam Ronald Reagan en in het Verenigd Koninkrijk een vrouw die recent overleden is: Margaret Thatcher. De sociale gedachtengang (en het omzien naar elkaar) die voorheen o.a. in Nederland gerespecteerd werd, werd omgeruild door iets waar we nu de hele wrange vruchten van plukken: neoliberalisme. Deze ideologie schreeft o.a. voor dat de verzorgingsstaat moest worden afgebouwd en afgebroken. Er moest ‘hervormd’ worden (hetzelfde woord waarmee voorheen werd opgebouwd) en de ‘vrije markt’ zou alles op kunnen lossen en beter weten en kunnen dan de overheid. Staatsbedrijven werden verkocht (we zien vaak dat oud-ministers en kamerleden na de periode in de Tweede Kamer in het bedrijfsleven actief worden, zou er vaak voorkennis zijn geweest?) en aan de markt overgelaten. Zelfs bedrijven zoals de PNEM (Provinciale Noord-Brabantse Energie Maatschappij), het latere Essent, en andere zeer belangrijke bedrijven warden deels of geheel ‘geprivatiseerd’. De uiterverkoop was begonnen. Mijn partij (opgericht beginjaren ’70, net zoals talloze andere linkse partijen, die grotendeels ook weer snel verdwenen) had in de jaren ’80 nog geen zetel weten de bemachtigen in de Tweede Kamer en de belangrijkste linkse partij in ons parlement op dat moment was dan ook de PvdA. Tijdens de verkiezingen van 1986 behaalde de PvdA 52 zetels en de andere linkse partijen (PSP en PPR) slechts 3 in totaal. De partij schoof verder op naar het midden en Wim Kok schudde (met steun van velen binnen zijn partij) de ideologische veren van de partij af. De partij omarmde de ‘nieuwe orde’ die neoliberalisme heet. Sluimerend won deze nieuwe stroming aan terrein en vele PvdA’ers werden verblind. Traditionele kabinetten volgden elkaar op en er was heel weinig verschil te zien tussen CDA, VVD, D66 en PvdA. Op los zand, en zonder al teveel tegengas (de SP kwam pas in 1994 in de Tweede Kamer) denderde de trein verder. In 2001 (het ging econmisch, vooral voor een kleine groep die zich extreem verrijkte, goed met het land wat door neoliberalen soms zelfs de BV Nederland genoemd werd) was er zelfs een belastingherziening. Niet de grote groep mensen die niet mee konden komen werd geholpen met wat extra’s maar men besloot om de winstbelasting omlaag te brengen en de inkomstenbelasting voor de hoogste inkomens werd ook verlaagd.

In 1990 was Duitsland weer herenigd. West-Duitsland slokte het kleinere en economisch altijd al zwakkere Oost-Duitsland op en door de marktwerking verloren velen hun banen en werd een spel ten uitvoer gebracht wat voor vele modale burgers in de voormalige DDR verregaande gevolgen had).
De triomf van het kapitalisme en de nieuwe variant genaamt neoliberalisme leek voor sommigen een duidelijk feit. Superoriteit en arrogantie alom?

Waarom mijn blik op het verleden als het over het heden gaat? Dat antwoord is voor mij duidelijk. Geschiedenis heeft me altijd geboeid en geinteresseerd. Als veertien of vijftienjarige was ik in het inmiddels gesloopte pand van de Kempenhorst al bovenmatig geinteresseerd in hetgeen meester De Groot te vertellen had.
En vaak was ik dan de enige van de klas. Want geschiedenis vonden de meesten maar saai. Ik denk dat we naar het verleden moeten kijken om te snappen wat we nu doen, wat we nu zijn en waarom sommige dingen gebeuren of gebeurd zijn. Om historicus en PvdA lid Maarten van Rossem te citeren n.a.v. de vraag ‘wat is historisch besef?’ die SP partijvoorzitter Jan Marijnissen hem stelde tijdens een interview: ‘Dat is het besef dat je je bewust moet zijn van wat vooraf is gegaan. En dat je dus beseft dat wat jij bent, wat jij denkt, wat jij doet en wat jij zegt, maar ook de wereld waarin je rondloopt voor het heden is bepaald’.

Jarenlange promotie (en het voorbeeld van de regering) van het ‘ieder voor zich’ en ‘alles is je eigen verantwoordelijkheid’ denken heeft resultaat gehad. Terugtrekkende overheden (verkoop van woningbedrijven, nutsbedrijven, spoorwegen, busmaatschappijen etc. etc.) en meer ‘vrije markt’ (die voor sommige, en sommige landen, toch echt minder ‘vrij’ en fijn uitpakt dan het woord doet vermoeden) hebben geleid tot graaizucht. Graaizucht van inhalige bankiers bijvoorbeeld. De graaizucht van een kleine minderheid (die van ‘liberale’ regeringen veel vrijheid tot handelen, en weinig regels te volgen had) had en heeft gevolgen voor een grote meerderheid.

Het neoliberalisme (en het systeem waar het een varian van is: het kapitalisme) heeft ernstig gefaald. Steeds meer mensen die er destijds heilig in geloofden geven dat toe. Een alternatief is mogelijk. Echter is er geen blauwdruk voor een ideale samenleving, en dat hoeft ook niet. Als zelfs een VVD kamerlid (de VVD is bij uitstek de partij die het neoliberalisme als voorbeeld heeft en innig omarmd) in de Tweede Kamer zegt dat de bancaire sector niet zonder nadere regels kan, dan zegt dat wel iets. Nu nog de echte daden overigens…

Ik herinner me nog dat de Oirschotse wethouder Willy Evers (VVD) destijds tegen de partijlijn van zijn eigen VVD in, op kwam voor de mensen van de sociale werkplaats. Dat verdiende lof en ik was daar blij mee. Nu lijkt het alsof de sociale werkplaatsen (en daarmee tienduizenden mensen) alsnog slachtoffer gaan worden van absurde bezuinigingen en de leugen dat men in het reguliere bedrijfsleven aan de slag kan (op dit moment en met de huidige wetgeving zal dat in meerderheid absoluut niet het geval zijn). Ook minder kapitaalkrachtige ouderen en andere kwetsbare groepen in onze samenleving krijgen flinken tikken door het politieke besluit van deze regering om verder te bezuinigen waar dat al lang niet meer wenselijk is (uit menselijk en economisch oogpunt). Ik hoop dat wethouder Evers zich ook nu van zijn meest sociale kant laat zien en (misschien wel weer tegen de partijlijn van zijn eigen partij in) zal knokken voor het best mogelijke voor de mensen die een steuntje in de rug ontzettend hard nodig hebben. Ik daag de Oirschotse bestuurders en gemeenteraadsleden ook uit om te laten zien dat we als gemeente (ondanks de grote druk die door de landelijke overheid gelegd wordt op de gemeentes) zo goed en sociaal mogelijk door deze tegenslagen heen kunnen komen.

Kijk gerust ook eens naar de historie en de neoliberale utopie (en de gevolgen daarvan) van de laatste 35 jaar. Erg leerzaam. Voor sommigen misschien zelfs een beetje confronterend. Maar daar worden we nooit stommer van toch? Jan Marijnissen  zegt in zijn laatste boek (‘Kijk op deze tijd’) het volgende tijdens een vraaggesprek dat hij heeft met iemand anders: ’Wij hebben ons beiden in de jaren zeventig ook schuldig gemaakt aan utopisch denken toen we te lang positief waren over de gang van zaken in China’. Toegeven en aanpassen als het nodig is, is geen schande. In mijn ogen zelfs heel belangrijk.  

Met vriendelijke groeten en tot ziens,


Sander Putmans
oud voorzitter van de SP afdeling Oirschot 
                          

Wednesday, February 26, 2014

Het zal me worst wezen

Niet omdat het hier over worst gaat (dat zal me in die zin dan weer worst wezen) maar gewoon om aan te geven dat de Publieke Omroepen in mijn ogen heel veel toevoegen aan Nederland (en ook Vlaanderen, voor zover men daar kijkt) met hoogwaardige en niet op sensatiebeluste programma's waarin het niet alleen gaat om kijkcijfers en commercie. Keuringsdienst van Waarde is daarin een topper maar eigenlijk zijn er bij de KRO, EO, BNN, VARA en alle anderen van dit soort programma's te vinden.

http://keuringsdienstvanwaarde.kro.nl/seizoenen/2014/afleveringen/30-01-2014

Tuesday, February 25, 2014

500 dagen Laos - Van de 'Eerste' naar de 'Derde' Wereld.



Pakse, Laos 14 februari 2014,


500 dagen van ‘huis’
Van de Eerste Wereld naar de Derde Wereld
Op 2 oktober 2012 vertrok ik vanuit Oirschot naar Dusseldorf om daar een vliegtuig in te stappen wat me naar het Midden Oosten bracht. Na een paar uur wachten in de grote zandbak met olie die Abu Dhabi heet vertrok ik weer, dit keer naar de hoofdstad van Thailand, Bangkok. Ik landde in Bangkok en daar was alles nog hetzelfde als ik in mijn hoofd als herinnering had. Het was er heet, druk en niet heel zuiver. Na een paar dagen wennen aan de hitte en bijslapen in de hoofdstad van dit Aziatische koninkrijk vond ik het wel weer genoeg. Het was tijd voor vertrek naar Laos. Ik vertrok zoals wel vaker met weinig planning en na een hele tijd door de hitte lopen in Bangkok had ik eindelijk een taxi die me voor een normale prijs naar het treinstation wilde brengen. Daar werd al snel duidelijk dat er meer mensen richting het oosten van Thailand wilden en dat had als gevolg dat ik 5 of 6 uur moest wachten en derde klasse mocht reizen (in Thailand hebben ze drie klasses in de trein, en die derde klasse is niet bepaald luxe). In de wagon was ik de enige met een grote neus en een lichte huidskleur. Het ijs was snel gebroken toen men merkte dat ik een paar woorden Laotiaans sprak en na wat flessen bier en rijstwhisky samen met mijn Thaise buren kwam ik na een uurtje of 14 aan in Ubon Ratchathani, een grote stad niet ver van de Thais-Laotiaanse grens.

Op 6 oktober 2012 ging ik de grens over om me daarna te bevinden in een land wat vanaf 1975 de Laotiaanse Democratische Volksrepubliek heet, kortweg ook wel bekend als Laos en in Laos zelf als Lao. Ik verbleef in een guesthouse (gasthuis) waar ik eerder ook geweest was en ontmoette daar o.a. Sivilay, Jonny en Nuy weer. Die zou ik later nog heel vaak zien. Na een tijdje in het zuiden van Laos (Pakse) besloot ik richting de hoofdstad Vientiane te gaan om daar te kijken en na te denken over mogelijkheden om wat geld te kunnen verdienen. Ik ontmoette daar diverse mensen, waaronder een vrouw waar ik van te voren via internet veel mee gesproken had (Davanh) en ik ontmoette Dong ook weer. Dong is al jarenlang actief voor de Stichting Vrienden van het Khongdistrict, een stichting waar ik door de jaren heen, samen met ons moeder, een paar duizend euro voor in heb gezameld en waar ik af en toe wat voor heb gedaan. Dong wist iemand die een brommer te koop had en ik besloot die te kopen. Dat maakte me een stuk mobieler en het leven een stuk makkelijker en goedkoper. Vientiane was en is mijn favoriete stad niet, ondanks dat het geen vervelende stad is, en ik besloot daar dan ook niet te blijven. Werken op een kantoor in Vientiane was een optie die met wat geduld wellicht gelukt was, maar ik had daar geen zin in en ik zit graag in plaatsen waar de natuur niet te ver weg is. De stad is me ook te groot (dat is het voor mij al snel, ik zou prima in een grote wereldstad kunnen wonen, maar de voorkeur gaat toch naar overzichtelijke dorpen met het liefst niet veel inwoners, Oirschot ging dus nog wel en Oostelbeers was wat dat betreft prima). Rond die periode was Ait ook gearriveerd in Laos. Ait is een Nederlander die eerder in Laos woonde en na weer een tijdje in Nederland besloot dat Laos hem een stuk beter ligt dan het laagland aan de Noordzee. Ik had hem voor mijn vertrek in Oostelbeers al eens ontmoet. Van hem kreeg ik het advies om eens contact op te nemen met een man die hij kent in de buurt van Vang Vieng en die een project runt in een dorp daar in de buurt. Ik had al eens contact met de man gehad via internet en nu ging ik hem dus in levende lijve treffen.

Het was inmiddels begin december en mijn acclimatisatie periode zat er inmiddels wel op en ik wist al waar ik niet wilde gaan wonen, maar het was wel tijd om aan de slag te kunnen gaan en om er achter te komen waar ik dan wel wilde wonen. Als buitenlander in een Derde Wereldland valt het niet altijd mee, maar ik had goede hoop. Wat willen we eigenlijk zeggen met de term ‘Derde Wereldland’? Geven we daarmee aan dat we op een andere Wereld leven of geven we bepaalde klasses aan voor landen en mensen op de Wereld? Maar ik dwaal af.. Ik reed met de brommer naar het noorden en na ongeveer 145 kilometer was daar Vang Vieng. Een plaats die ik bij eerdere bezoeken aan Laos gemeden had omdat de verhalen erover me niet echt nieuwsgierig maakten. Ik ontmoette Sengkeo, een man die geboren was in Laos maar samen met de familie naar Canada gegaan was en nu weer terug was gegaan. Hij heeft een project in een dorp ongeveer 7 km van Vang Vieng. Ik ging er kijken en het zag er goed uit. We spraken af dat ik terug zou komen na het bezoek van mijn broer aan Laos en Thailand. Ik zou hem mee gaan helpen met het e.e.a.

Van begin december tot half december maakte ik met de brommer nog een ritje wat ik nooit zal vergeten. Ik wilde eens gaan kijken in het gebied wat door toeristen nauwelijks aangedaan wordt en waar tot voor kort nog vrij veel activiteit was van rebellen die na de revolutie van 1975 door waren gegaan met vechten, tegen de communistische machthebbers die toen de macht grepen en het nu nog voor het zeggen hebben hier. De eerste route die ik in mijn hoofd had lukte niet. De weg die ik wilde nemen was tegenwoordig voor het grootste deel verdwenen door de aanleg van een grote stuwdam. De boot was al weg en na terugkeer in een dorp met gasthuis werd me in de avond duidelijk gemaakt door de politie dat ik die route niet mocht nemen. Ze hebben er liever nog geen bezoekers en de rebellen zijn nog steeds actief, zij het in kleinere groepen dan voorheen en voor zover ik kan achterhalen ook met slechte uitrusting en samen met hun families, die ongetwijfeld onder erbarmelijke omstandigheden door de bossen dwalen. Een andere route bracht me hoog in de bergen, in gebieden waar westerlingen maar heel erg sporadisch komen en waar tientallen kilometers lang ook geen dorpen te zien waren. Het was een hele mooie tocht maar wel een met wat risico en ik kan niet zeggen dat ik me altijd op mijn gemakt heb gevoeld daar. Een brug was door het leger afgesloten, maar gelukkig werd ik door twee soldaten geholpen om mijn brommer onder een hek door te krijgen (de kras op de voorkant is een stille getuige daarvan). Een paar sigaretten voor die twee jongens waren welkom (ik heb die soms bij, want het kan weleens van pas komen). Na een tocht van een paar dagen kwam ik aan in Phonsavan, waar het niet warm was en waar mijn Schotse maat Mark met zijn vrouw woont en een kroeg/ restaurant runt. Ik had Mark bij toeval ontmoet op een markt in Vientiane waar ik op hetzelfde moment als Ait was (hij was met Ait, die hem al een stuk langer kent). We waren de enige buitenlanders op die markt waar ik mijn Laotiaanse eten altijd ging halen. Mark werd nadien ook een maat van mij en nu nog. Ik bezocht hem en bleef een paar dagen in Phonsavan. In die dagen ook Terry ontmoet, een vriendelijke Nieuw-Zeelander waar ik verschillende Beerlao’s mee heb gedronken.    

Na deze tocht ben ik weer richting Vang Vieng gereden (deels over een route die tot een jaar of 7 terug nog bekend stond als behoorlijk gevaarlijk maar nu gelukkig een stuk veiliger is, of lijkt, en prachtige uitzichten biedt in misschien wel een van de mooiste stukken van Laos). Ik heb een weekje rondgelopen bij het project in het dorp Ban Nathong en daarna via Vang Vieng weer terug naar Vientiane voor een nieuw visum o.a.

Na een paar dagen Vientiane vertrok ik per bus naar Thailand. PSV zou in Bangkok gaan voetballen en ons Jeroen kwam op bezoek. Khon Kaen was de eerste bestemming om de trip te breken en om niet te lang in Bangkok te hoeven zijn. Khon Kaen is een grote stad in de Isaan (het deel van Thailand waar men grotendeels Laotiaans spreekt en wat vroeger nog eens een tijdje bij Laos hoorde). Ik bleef daar twee nachten en ging toen met de bus verder naar Bangkok. Daar landde ons Jeroen een paar dagen later. Het was mooi om hem weer te zien. PSV kwam naar Bangkok en zou een wedstrijd spelen tegen Muangthong United FC. Die week hebben we vele uren in taxi’s gezeten van en naar het stadion waar PSV trainde. Ook bij persconferenties en workshops waren we omdat ons Jeroen daar ook was om te werken en om foto’s te maken dus. Rik Elfrink van het Eindhovens Dagblad was er ook en een fotootje en kort artikeltje voor op internet was het gevolg. Ik was hoogstwaarschijnlijk de enige PSV supporter die vanuit Laos naar Thailand was gekomen voor deze wedstrijd. In die week bezochten we ook het nationale museum van Thailand en een paar andere plaatsen in de stad. Daarna vlogen we van Bangkok naar Ubon Ratchathani (een klein uur vliegen) om daar verder te gaan naar Pakse, in Laos dus. In Pakse zijn we vijf nachten gebleven en hebben het e.e.a. bezocht in de omgeving. Toen met de bus naar het noorden. In Thakaek sliepen we bij het busstation in een guesthouse wat op het eerste gezicht wel ok leek, maar bij nader inzien (en na betaling) toch eigenlijk wel een smerig hok was. Ook dat heb je in Laos in overvloed want poetsen en dingen onderhouden is hier geen nationale hobby.

Vanuit Thakaek gingen we naar Vientiane. Daar diverse dingen bezocht, waaronder het nationale museum van Laos en het museum ter ere van Kaysone Phomvihane, de overleden grote leider van Laos. Dat laatste museum ziet er tegenwoordig (met geld vanuit Vietnam, waar ze wel raad weten met musea die een beetje propaganda niet schuwen) gelikt uit. Het legermuseum was helaas gesloten. Na twee nachten in Vientiane huurden we een brommer voor ons Jeroen (ik had mijn brommer nog in Vientiane staan) en reden we naar Vang Vieng. Daar zijn we op bezoek geweest bij het project en hebben we in de omgeving nog het e.e.a. bekeken. Na vier nachten daar zijn we weer terug gereden naar Vientiane en een paar dagen later ging ons Jeroen via Vientiane weer terug naar Bangkok om huiswaarts te vliegen. Een paar dagen daarna ben ik weer naar het noorden gereden en ben ik begonnen met werken bij het project. Dat was 31 januari 2013.

Ik ben in februari en een deel van maart van het jaar 2013 aan het werk geweest bij het project en heb daar in korte tijd behoorlijk wat van de grond kunnen krijgen en ervaring op gedaan. Ik had er een goede tijd en mijn accommodatie, eten en drinken werd betaald, maar geen salaris. Aangezien salaris er niet in zat kon ik daar niet blijven omdat ik natuurlijk wel kosten heb. Intussen had ik Sida ontmoet, een meid van 18 uit het dorp waar het project ook was. Na een paar weken hadden we ondanks het leeftijdsverschil verkering. De communicatie ging moeizaam omdat ze amper Engels sprak en ik niet veel Laotiaans en is niet veel geworden uiteindelijk. Desondanks wel een goede tijd gehad en ook veel bij haar familie geweest, hele aardige mensen. Ook heb ik van heel dichtbij meegemaakt hoe de mensen in die streek leven en heb ik ook wat meegeholpen af en toe. Ik ben diverse keren op en neer gereden naar Vientiane (enkele reis ongeveer 150 km) en onderweg behalve regen en vooral veel zon, ook een keer een schietpartij meegemaakt. Weer eens wat anders dan mensen die rijst oogsten...

Ik ging weer naar Vientiane en na 11 dagen keerde ik terug naar het dorp in het noorden. Ik verbleef een paar dagen bij de familie van Sida en daarna ben ik begonnen met werken voor een kleine ‘organisatie’ die helpt met het lesgeven van Engels in de avond en overdag op een basisschool. Daar heb ik een deel van maart en april gewerkt. De Australische vrouw die het project min of meer runde lag me totaal niet en dat kwam dan ook tot een eind. Jammer maar helaas. Ik wist inmiddels dat mijn roeping niet gelegen was in het geven van Engelse les in Laos. Ik verliet het huis waar ik verbleef en na negen dagen in het gasthuis van Sengkeo (de man van het project waar ik eerst voor werkte) en het bepraten en overdenken van plannen met zijn guesthouse e.d. besloot ik dat het misschien het beste was om weer naar Vientiane te rijden om daar het visum te verlengen en te kijken wat het nieuwe plan zou zijn. Ik verbleef een week bij Tam, een Schotse maat, thuis en na een tijdje in Vientiane kreeg ik van Adrie de Koning van de Stichting Vrienden van het Khongdistrict de vraag wat ze konden doen om me in Laos te houden en in het Khongdistrict te verblijven voor een lange tijd en te werken aan de projecten daar. Ik heb op zijn verzoek toen een flink plan geschreven en van hem kwam het voorstel om me te vergoeden voor mijn werk (we hebben het dan over een vergoeding die niet in de buurt komt van een Nederlands salaris, eerder dat van een Laotiaanse leraar). Helaas besloot het bestuur van de stichting dat ze me niet nodig hadden en/ of wilden vergoeden en ging dat plan niet door. Tot op de dag van vandaag zie ik dat als een gemiste kans vanuit hun, en voor mij. Maar het zij zo.

Het antwoord van de stichting liet even op zich wachten, en aangezien ik een flink plan gemaakt had wat naar mijn mening ook wel goed in elkaar stak, dacht ik dat het wel in orde zou komen. De signalen die ik op had gepikt van Adrie klonken me ook goed en ik dacht dat ik dus daar aan de slag kon met iets wat erg nuttig en goed was en uiteindelijk ook niks of maar heel weinig zou kosten voor de stichting en misschien zelfs wel geld op zou gaan leveren voor de projecten. Maar het liep anders. Ik was toch al naar Pakse gegaan met het idee op een positief antwoord en de kans om dan snel aan de slag te gaan.

Ik was dus in Pakse en na de teleurstellende mededeling vanuit Nederland bleef ik een paar weken in een guesthouse daar. Toen besloot ik rond te gaan kijken voor een woning en op 17 juni 2013 had ik een huis voor een jaar gehuurd. Ik vroeg Sivilay en Jonny of ze interesse hadden om voor me te komen werken, en ze waren er een paar dagen later al vanuit hun dorp op het Bolaven Plateau. Ik wilde een reisbureautje met kleine bar starten maar dat reisbureau leek al snel heel lastig i.v.m. het geld wat ze willen hier. Een bar was dus het idee. Na eerst wekenlang gepoetst te hebben en het timmeren van banken, tafels en aanschaffen van glazen, drank etc. en een keer een week flink ziek zijn (Malaria of een flinke griep) van mij en de twee anderen was op 1 augustus 2013 dan de opening van 2B Travel Bar. Dat heb ik geprobeerd tot 1 december 2013 en toen besloten dat het te weinig toekomst had. Jammer maar helaas. Inmiddels was ik op 1 oktober al begonnen met lesgeven aan een avondschool in de straat om extra inkomsten te hebben. Dat waren soms wel drukke dagen met les in de avond en overdag het e.e.a. voor de bar.

Van 10 tot 25 september waren ons pap, mam en Jeroen op bezoek in Pakse. Dat was erg mooi, al was het jammer dat het zoveel regende. Het voordeel was wel dat er bijna nergens toeristen waren en dat het overal groen en nat was. We hebben best veel gezien in de omgeving. We hebben drie dagen over het Bolaven Plateau gereden en een hoop watervallen gezien en een bezoek gebracht aan de familie van Nuy. We zijn ook op Don Khong geweest, waar ons pap en mam tussen de buien door zelfs nog een keer hebben gefietst, en we wat vis uit de Mekong hebben gevangen. We hebben samen met een lokale vrijwilliger van de stichting Vrienden van het Khongdistrict ook een bezoek gebracht aan een waterpomp en een paar schooltjes waar we spullen voor hadden. Toen is ook besloten om een school te helpen met de bouw van 3 toiletten bij het gebouw. Rondom Pakse hebben we ook nog wat gezien en Wat Phu Champasak is ook bezocht. Tussendoor was er genoeg tijd om binnen te buurten omdat de regen soms met bakken uit de lucht kwam (en soms ook mijn huis binnen kwam..).

Op 19 september 2013 werd ons pap 71 jaar en dat hebben we ’s avonds gevierd op Don Khong (een groot eiland in de Mekong rivier). Een middag ervoor was ik samen met Jonny (die we mee hadden genomen op de trip) en ons Jeroen naar het kantoor van de stichting geweest om nog eens keer te bespreken wat er mogelijk was qua bezoeken. Toen kwam een directeur van een schooltje aangereden die bij het lokale comite kwam vragen of het mogelijk was te helpen met de bouw van een paar toiletten bij de school in het dorp waar hij werkt. Ik was daar, en de vraag voor hulp kwam bij mij terecht. Afgesproken werd om een dag later te gaan kijken. In de school ontmoette ik een lerares. Haar naam was Tanoi (en dat is het nog steeds). Ze is lerares Engels en vertaalde dus het e.e.a. voor ons. We raakten aan de praat en na korte tijd hadden we elkaars telefoonnummer ook. Diezelfde dag had ik al tientallen sms’jes van haar binnen en ’s avonds hebben we elkaar nog gesproken. Een dag later ben ik terug gegaan naar haar en Jonny, ons Jeroen en ons pap en mam gingen weer naar Pakse. Vanaf dat moment hebben Tanoi en ik elkaar nog vaak ontmoet. En ze is mijn vriendin nu dus. Inmiddels is ze 25 (toen 24) en ik 32 (toen 31) en ken ik haar en haar familie behoorlijk goed.

In oktober, november en december 2013 heb ik Engelse les gegeven in Pakse aan kinderen en een paar ouderen. Dat was een goede ervaring, maar leraar Engels is mijn roeping niet. Eind december ben ik daar dan ook gestopt. Nu is het februari 2014 en ben ik bezig met het opstarten van een klein project op het eiland waar Tanoi vandaan komt. Buitenlandse vrijwilligers zijn welkom om op het eiland mee te komen helpen met kleine projecten (gratis Engelse les o.a.). Daar ben ik nu dus mee aan de slag.

In de afgelopen 500 dagen (waarvan ongeveer 484 dagen in Laos, 15 in Thailand en 1 in het vliegtuig tussen Duitsland en Thailand, met een korte tussenstop in de zandbak genaamd de Verenigde Arabische Emiraten) heb ik veel gezien en meegemaakt. Van schietpartijen, gestopt worden met een geweer in de aanslag tot aan de meeste prachtige landschappen en van lekke banden tot rijden door bergen met rebellen en ongerepte natuur. Ook heb ik qua werk weer wat ervaring op mogen doen. Ik heb lesgegeven aan kinderen op verschillende plaatsen, toeristen rondgeleid, leiding gegeven aan een grote groep buitenlandse vrijwilligers, een kroeg opgestart met Laotianen die voor me werkten en heb mee rijst geoogst en ben bezig met het uitdiepen van een visvijver voor het kweken van vis. Ondanks de vele liters bier ben ik toch wat afgevallen en is de 100 kilo nu ook binnen bereik (al zijn bezoekjes van buitenlanders nooit goed om af te vallen merk ik wel). Dat is mooi meegenomen dus. Ik mag en mocht ervaren hoe het is om als buitenlander ergens te wonen en hoe het moet zijn geweest voor de eerste negers, Indonesiers, Turken etc. in Nederland kan ik me ook wel voorstellen nu. Ik heb ook weer eens gezien (grotendeels was dat al bekend) dat Laos wat minder ontwikkeld is op sommige punten en dat organiseren misschien wel meer in het bloed zit van Nederlanders dan van Laotianen. Ook het energieniveau is hier wat lager en de schouders eronder zetten is hier soms een flinke opgave (ondanks de hitte zouden ze dat soms best iets meer mogen proberen). Over ontwikkelingshulp heb ik me ook wel een beetje een beter beeld kunnen vormen. Hoe makkelijke dingen moeilijk kunnen worden gemaakt en moeilijke dingen niet aan worden gepakt of maar halfslachtig mag ik ook vaak ondervinden. Ik heb ook ervaren dat investeren in scholen heel erg belangrijk is, en dat kritisch en opbouwend denken niet iedereen gegeven is. Ook heb ik nu 500 dagen gewoond in een land wat zich officieel communistisch noemt en wat een eenpartijstaat is. Dat is ook interessant. In dit land wat zonder twijfel heel erg te wensen overlaat m.b.t. mensenrechten en vrijheid van meningsuiting (al is dat volgens mij ook gewoon een recht van mensen) voel ik me vaak overigens niet echt onvrij en lijkt tot op zekere hoogte veel meer te kunnen en mogen dan in Nederland (maar dat heeft ook weer te maken met de afwezigheid van organisatie op sommige punten). Vaak is het een prachtig land, maar soms kan het ook een beetje (of een beetje veel) frustrerend zijn hier en corruptie in combinatie met een eenpartijstaat heeft een verstikkende en slechte invloed op een land, dat lijkt me duidelijk.

Politiek ga ik hier niet te ver uitwijden over Laos (dat kan altijd nog), maar dat het economisch, maatschappelijk en politiek gezien ook de verkeerde kant in kan gaan hier lijkt me duidelijk. De voortekenen zijn er al hier, en dat is vaak niet positief. Ik verwacht niet dat Laos in chaos zal gaan vervallen in de toekomst, en ik denk dat de mensen (ondanks tientallen jaren oorlog) vredelievend en confrontatie-ontwijkend genoeg zijn om hier niet te gaan vervallen in de ellende die je op sommige plaatsen in de wereld ziet.

500 dagen Laos was interessant en er zullen nog wel wat dagen volgen. Wanneer ik weer in Nederland zal zijn weet ik nog niet. Misschien wel in juni of juli. En voor hoe lang is dan ook maar de vraag. Misschien kom ik samen met Tanoi wel op bezoek en laat ik haar de ‘Eerste Wereld’ dan eens goed zien. Wie weet gaan we nog eens trouwen, en wie weet besluiten we in Laos, Nederland, Cuba, Afrika, Nieuw-Zeeland of ergens anders te gaan wonen. Ik huur mijn huis hier nog tot 17 juni maar dat hoeft me niet te verplichten om hier te blijven. Zoals sommigen weten was ik erg actief binnen de Socialistische Partij (SP) in Nederland en wie weet dat ik me bij een terugkeer voor die partij (en de idealen daarvan natuurlijk) weer eens ga inzetten in Nederland. Er is nog genoeg te doen, in Oirschot/Noord-Brabant/Nederland en op vele andere plaatsen in de wereld.

Bij deze (voor de volhouders) een overzicht van wat ik een beetje gedaan heb de afgelopen 500 dagen in ‘den vreemde’. Ik kan het de mensen die houden van een beetje avontuur, of die een andere vakantie willen dan zon/zee/strand aanraden om hier eens te komen kijken.

Houdoe!

Sander Putmans   
    

   

Een eigen weblog - Welkom!

Zoals je kunt zien heb ik een eigen weblog aangemaakt. Hier zal ik af en toe het e.e.a. plaatsen van wat ik mee maak, denk, zie etc. etc. Ik zal ook oude stukjes plaatsen die eerder op andere sites gestaan hebben en soms ook in een lokale krant.